kinderfysiotherapie voor schoolgaande kinderen

Kinderfysiotherapie voor schoolgaande kinderen

Een schoolgaand kind gaat zijn lijf steeds beter begrijpen en gebruiken. Ook wordt hij/zij zich steeds meer bewust van de omgeving. Zowel op sociaal gebied, maar ook op het gebied van timing, afstand, kracht, etc. Het bewegen van het schoolgaand kind wordt steeds vloeiender en verfijnder. Dit vergt wel oefening, net als het leren lezen, leer je bewegen. Het ene kind zal hierin sneller leren en beter bewegen dan het andere kind, maar juist door te doen leert het kind! Kinderen die lichamelijk onhandig zijn, worden vaak buitengesloten bij sport en spel. Dit kan heel vervelend voor het kind zijn én ontneemt een kans om te oefenen. In deze fase werkt de kinderfysiotherapeut veel samen met ouders en leerkrachten om een kind zo optimaal mogelijk te laten functioneren. 

Voorbeelden waarbij de kinderfysiotherapeut hulp kan bieden met betrekking tot schoolgaande kinderen:

  • Grof motorische problemen

Lopen, rennen, springen, mikken, vangen, balanceren en klimmen zijn voorbeelden van grof motorische vaardigheden. Het belang van bewegen wordt in deze tijd van computers steeds groter. Het is niet alleen goed voor je gezondheid, maar het is ook belangrijk voor je cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor kinderen is het vooral belangrijk dat ze het bewegen leuk vinden. Niet alle kinderen kunnen makkelijk bewegen en sommigen gaan daardoor bepaalde activiteiten uit de weg. Of sommige kinderen worden onvoldoende uitgedaagd vanuit hun omgeving (school, sport, thuis) en gaan daardoor minder bewegen. Kinderen hebben beweging nodig om hun motorische vaardigheden te verfijnen, hun lichaam en houding te leren coördineren en meer inzicht te krijgen in ruimtelijke oriëntatie. Een kinderfysiotherapeut kan een inschatting maken over het wel of niet leeftijdsadequaat motorisch functioneren van uw kind en over de kwaliteit van bewegen. Als blijkt dat uw kind hulp nodig heeft bij bepaalde aspecten van het bewegen, dan zal in overleg met u een behandelplan gemaakt worden. Spelenderwijs wordt uw kind geactiveerd tot meer en/of beter bewegen.

  • Fijn motorische problemen

Vaak wordt in de kleuterklas begonnen met het aanleren en oefenen van fijn motorische vaardigheden, zoals kleuren, knippen, vouwen, kralen rijgen en bouwen. Kinderen tussen 4-6 jaar maken hierin een grote ontwikkeling door en leren veel op het gebied van voelen, doseren, hanteren, manipuleren, timen, ruimtelijke oriëntatie, oog-hand – en hand-hand coördinatie. Het kan zijn dat het uw kind veel moeite kost om deze vaardigheden te leren, of ze deze bewust uit de weg gaat wegens desinteresse of onkunde. Dat zou zonde zijn, want de fijn motorische vaardigheden zijn de basis om latere complexere motoriek aan te leren, zoals schrijven en/of veters strikken. Twijfelt u over de ontwikkeling van de fijne motoriek van uw kind? Neem dan gerust contact op met onze kinderfysiotherapeuten. Zij kunnen dit dan bij uw kind beoordelen. 

Op het begin werken peuters en kleuters tweehandig en gebruiken ze allebei de handen ongeveer evenveel. Pas rond de leeftijd van 5/6 jaar komt er langzaam een voorkeurshand en krijgt de andere hand een ondersteunende functie. Het kan zijn dat één hand opvallend achterblijft ten opzichte van de andere hand en eigenlijk geen functie heeft, zowel bij het tweehandig werken als bij het stukje ondersteunen. Vaak wordt dit door de leerkracht geconstateerd, maar u als ouders kunt ook meekijken. Kan uw kind een blokje vasthouden met de ene hand en met de andere hand een draadje erdoor heen steken? Kan uw kind een bakje vasthouden en met de andere hand er iets instoppen? Kan uw kind een blaadje papier fixeren en met de andere hand erop tekenen? Het maakt dan nog niet uit dat hij/zij met links of rechts wisselt. In groep dient er wel een keus gemaakt te worden tussen links en rechts, zodat er begonnen kan worden met schrijven. Dit stukje kwaliteit van met de handen werken is van belang voor de samenwerking tussen de linker- en rechterhersenhelft.

  • Schrijven

Schrijven is voor alle kinderen en volwassenen wereldwijd een vaardigheid die hen in staat stelt te communiceren. Ondanks de toename van het gebruik van de computer is het schrijven en het leren schrijven nog steeds actueel, gelukkig. In het schrijven komen veel aspecten terug; houding, aansturing / coördinatie en fijne motoriek. Daarbij is het schrijven ondersteunend bij andere leerdomeinen, zoals taal en rekenen. Meestal worden schrijfproblemen gesignaleerd door de leerkracht. Deze problemen kunnen zijn:

  • Het handschrift is niet of nauwelijks leesbaar;
  • het tempo is laag / traag;
  • de schrijfbeweging kan niet worden aangeleerd;
  • er is sprake van pijn bij het schrijven.

Vanuit de kinderfysiotherapie is een richtlijn schrijven ontwikkeld om doelgerichte en effectieve (schrijf)therapie te leveren, gebaseerd op recente literatuur en onderzoeken. De kinderfysiotherapie observeert het kind tijdens het schrijven en doet waar nodig wat extra testen. Op basis van de resultaten wordt een behandelplan gemaakt. Indien het nodig is, wordt contact gezocht met de school en leerkracht van uw kind, altijd in overleg met de ouders.

  • Orthopedische klachten

De gewrichten en spieren van kinderen zijn volop in ontwikkeling. Vooral tijdens een periode van snelle groei zijn kinderen extra kwetsbaar voor blessures. Zij kunnen dan problemen ervaren in hun bewegen.

Ook kunnen er bij de geboorte al ‘afwijkingen’ zijn die op latere leeftijd klachten geven. Voorbeelden van mogelijke orthopedische klachten zijn:

  • Pijn
  • Slechte houding
  • Overbelasting van de spieren en/of pezen (bijvoorbeeld door sport)
  • Verminderde lenigheid
  • Standsafwijkingen van de voeten, tenen, knie, rug, nek, borst, armen en vingers
  • (aangeboren) heupafwijkingen
  • Met de tenen naar buiten of binnen lopen
  • Beenlengteverschil
  • Platvoeten

De kinderfysiotherapeut heeft kennis van de normale groei en ontwikkeling van uw kind en is in staat om afwijkingen hierin op te sporen. Als er twijfels zijn over de stand van de voeten en/of wanneer er steunzolen geïndiceerd zijn, vindt er overleg plaats met de podotherapeut. Een kinderfysiotherapeut kan een goede inschatting maken of verwijzing naar de kinderorthopeed geïndiceerd is of niet. Door middel van observatie en een orthopedisch onderzoek worden de ervaren klachten in beeld gebracht. Door het kind en/of ouders te informeren/adviseren/instrueren hoe zij met de klachten dienen om te gaan, krijgen zij handvatten om zo snel mogelijk weer klachtenvrij te bewegen.

  • Rug- en nekklachten

Door de komst van de computer en de tablet zijn we nog meer gaan zitten, zitten we vaker verkeerd en zijn we minder gaan bewegen. Ook de media weet hier goed op in te spelen met de termen ‘gameboyrug’ en ‘tabletnek’. Deze termen roepen meteen een bepaald beeld op; namelijk kinderen die kromgebogen zittend boven tablet/smartphone of onderuit gezakt achter de computer filmpjes kijken en spelletjes spelen. En niet even, nee, soms wel uren achter elkaar. De gevolgen kunnen zijn rug- en nekklachten, zoals stijfheid en pijnklachten. Een andere klacht die we vaak bij kinderen zien, is het ontwikkelen van een scoliose (een zijwaartse kromming van de wervelkolom). Het is belangrijk deze op tijd te signaleren. Er kan sprake zijn van een structurele of van een niet-structurele scoliose. De kinderfysiotherapeut kan dit controleren en u informeren/adviseren over het te volgen beleid. Ook zal de kinderfysiotherapeut de houding van uw kind controleren en de bewegingen van de rug en nek testen. Indien nodig gaat de kinderfysiotherapeut met uw kind werken aan een goede houding en een symmetrische balans tijdens bewegen.

  • Ademhalingsklachten / slechte conditie

Het kan zijn dat uw kind last heeft van de ademhaling als gevolg van astma, hyperventilatie of een inefficiënte ademhaling bij sporten. De kinderfysiotherapeut zal de ademhaling van uw kind observeren en deze proberen te verbeteren. Daarbij worden mogelijke ‘stress’ factoren in beeld gebracht en besproken. Samen wordt een behandelplan opgesteld en geoefend tot het gewenste doel behaald is.

  • Hypermobiliteit

Kinderen met hypermobiliteit kunnen hun gewrichten verder bewegen dan gebruikelijk. Dit kan te maken hebben met een lage spierspanning (hypotonie) en/of slappe banden (hyperlaxitieit). Hypermobiliteit hoeft geen klachten te geven, maar dat kan wel. Bij klachten wordt er gesproken van het hypermobiliteitssyndroom. Klachten kunnen zijn; vaak en gemakkelijk verzwikken, gewricht uit de kom, sneller vermoeid, pijn en/of houterig bewegen. Hypermobiliteit kan overal zitten, dus bijvoorbeeld in de voeten/enkels, maar ook in de handen/vingers. Als u vermoedt dat uw kind hypermobiel is en/of bovenstaande klachten heeft, kan de kinderfysiotherapeut uw kind testen en observeren. Indien nodig kan de kinderfysiotherapeut u verder informeren over hypermobiliteit en advies / oefeningen meegeven specifiek gericht op uw kind.

  • Sensorische informatieverwerking

De motorische ontwikkeling kan ook belemmerd worden door het vermogen van het verwerken van prikkels. Het kan zijn dat uw kind heel erg op zoek is naar bepaalde prikkels of juist heel erg bepaalde prikkels vermijdt. Prikkels krijgen we binnen via onze zintuigen en zijn: proeven, zien, horen, ruiken, tast, evenwicht en propriocepsis (bewegingsgevoel). Het kan zijn dat uw kind heel erg op zoek is naar bepaalde prikkels of juist heel erg bepaalde prikkels vermijdt of niet goed registreert. Dit kan zich op veel verschillende manieren uiten en kan vrij simpel of heel complex zijn. Hierbij wat voorbeelden:

  • Moeite met stilzitten / over beweeglijk / onrust
  • Angst / terughoudendheid / onzeker / faalangst
  • Ongeremd / impulsief / heel druk / frustratie
  • Moeite met coördinatie in de grove en/of fijne motoriek
  • Onhandig  / veel knoeien met lijm, verf, water, eten en drinken
  • Slecht lichaamsbesef en problemen in ruimtelijke oriëntatie

De kinderfysiotherapeut brengt met u de ervaren problemen in kaart en probeert de oorzaak te achterhalen. Indien nodig en met toestemming van u wordt er overleg gepleegd en/of samengewerkt met één van de andere disciplines (zie expertise kinderteam op de Aalsterweg in Eindhoven).

  • Overgewicht

In 2018 had 12% van de jeugd (4-17 jaar) last van overgewicht. Kinderen dienen elke dag 60 minuten te bewegen én 3x per week te sporten/gymmen. Kinderen met overgewicht zitten vaak niet lekker in hun vel, zijn minder fit dan hun leeftijdsgenoten en worden vaker gepest. De oorzaak en het behandelen van overgewicht is heel complex. Om de kinderen zo goed mogelijk te helpen bieden wij een multidisciplinair programma aan met een kinderpsycholoog, kinderdiëtist en de kinderfysiotherapeut. Bron: RIVM