kinderfysiotherapie voor peuters

Kinderfysiotherapie voor peuters

In de peuterfase begint de ontwikkeling van onafhankelijkheid en zelfstandigheid. De motorische ontwikkeling komt in een stroomversnelling; lopen, traplopen, rennen, klimmen, springen, schoppen, mikken en vangen. Ook leert een peuter zich aankleden, omgaan met speelgoed en het vasthouden van kleurpotloden. Daarbij leert een peuter praten en al met al worden het al hele persoonlijkheden. Kenmerkend voor peuters is dat ze alles zelf willen doen en aan de andere kant is er ook behoefte aan vertrouwen, veiligheid en regelmaat van ouders. Soms gaat het onafhankelijk en zelfstandig worden niet helemaal vanzelf en hebben sommige peuters meer en specifieke oefeningen nodig om vaardiger of zelfverzekerder te worden.

Voorbeelden waarbij de kinderfysiotherapeut hulp kan bieden met betrekking tot peuters:

  • Lopen met toeing-in

Sommige peuters lopen met hun voeten naar binnen. Dit kan bij de normale ontwikkeling van de benen horen, maar is goed om te laten controleren door een kinderfysiotherapeut. De kinderfysiotherapeut controleert de motorische ontwikkeling en de ontwikkeling van de heupen, benen en voeten van uw peuter. De kinderfysiotherapeut kan u meer vertellen over wat normaal en afwijkend is en wat u eventueel kunt doen om uw peuter te stimuleren. Uw peuter kan bijkomende klachten ontwikkelen zoals veel vallen, pijn, niet willen lopen, etc. Dit is goed om met de kinderfysiotherapeut te bespreken.

  • Tenen lopen

Peuters die net gaan lopen, lopen af en toe op de tenen. Dat is normaal. Bij de leeftijd van twee jaar is het meestal weer verdwenen. Indien een peuter bij drie jaar nog steeds op zijn tenen loopt, is het zinvol om het te laten controleren. De kinderfysiotherapeut observeert het tenen lopen en test of de enkels genoeg mobiliteit hebben. De kinderfysiotherapeut zal op zoek gaan naar de oorzaak van het tenen lopen en advies/oefeningen geven om het lopen te verbeteren. Bij de meeste kinderen lukt het om weer normaal te lopen. Indien dit niet het geval is kan de kinderfysiotherapeut, in overleg met ouders en huisarts, u adviseren voor nader onderzoek en behandeling een afspraak te maken in het ziekenhuis.

  • Platvoeten

Bijna alle peuters van twee jaar hebben platvoeten en dit is volkomen normaal. Wat niet normaal is, is wanneer uw peuter veel valt en/of klaagt over pijn in de benen en daardoor niet meer wil lopen. De kinderfysiotherapeut kijkt mee naar de motorische ontwikkeling van uw peuter en naar de mobiliteit van de heupen, knieën en voeten. Als er twijfels zijn over de stand van de voeten en/of er steunzolen geïndiceerd zijn, dan vindt er overleg plaats met de podotherapeut. Een kinderfysiotherapeut kan een goede inschatting maken of verwijzing naar de kinderorthopeed geïndiceerd is of niet.

  • Motorische ontwikkeling

Peuters zijn vol op in beweging en aan het ontdekken. Bij de meeste peuters gaat dit vanzelf, maar soms wil het niet goed lukken. Redenen om de kinderfysiotherapeut te bezoeken kunnen zijn; langzame motorische ontwikkeling (in vergelijking met broers/zussen of andere kinderen), houterig en stijf bewegen, angst en/of terughoudend in het bewegen. Het voornaamste is dat uw peuter plezier beleeft in bewegen en zich spelenderwijs kan ontwikkelen. Dit gaat verder dan motoriek en is ook belangrijk voor het zelfvertrouwen en de zelfstandigheid van uw peuter.  Indien u twijfels heeft over de motorische ontwikkeling van uw peuter, neem dan gerust contact op met onze kinderfysiotherapeut. Samen met ouders observeren we het bewegen en het beweeggedrag van uw peuter en proberen we deze waar mogelijk te beïnvloeden en/of te verbeteren.

  • Zintuiglijke ontwikkeling

Peuters gaan met hun zintuigen steeds beter waarnemen: horen, ruiken, proeven, voelen en zien. Maar ook gaan ze hun evenwicht beter ontwikkelen en hun lichaam beter voelen (propriocepsis) en bewegen (coördinatie). Een peuter weet nog niet altijd wat te doen met de zintuigelijke informatie die binnen komt en kan bijvoorbeeld angst ontwikkelen voor harde geluiden of bepaalde bewegingen. Ook bij het eten komt veel terug; sterke voorkeur of afkeur voor bepaalde structuur en/of smaak, niet uit een beker kunnen drinken, onhandigheid. Bij peuters kunnen er ‘opvallendheden’ zijn die de ontwikkeling tot onafhankelijkheid en zelfstandigheid in de weg staan. Bij het schoolgaande kind kunnen er echt problemen ontstaan in de sensorische informatieverwerking, waardoor ze bijvoorbeeld moeite hebben om mee te komen in de klas of bij het spelen. Als u zich zorgen maakt over de zintuiglijke ontwikkeling van uw peuter kunt u terecht bij één van onze kinderfysiotherapeuten. Zij kunnen in kaart brengen of deze zorgen terecht zijn of bij de leeftijd horen.