kinderfysiotherapie voor baby’s

Kinderfysiotherapie voor baby’s

Uw baby komt letterlijk en figuurlijk naakt de wereld in. Vanuit de warme en veilige baarmoeder gaan baby’s leren te (over)leven in de grote wereld. In het begin maken baby’s schokkende en niet gecontroleerde bewegingen. Dit gaat langzaam over in gecontroleerde en soepele bewegingen en uiteindelijk in doelgerichte, zoals bijvoorbeeld rollen en grijpen. Dit alles gaat gepaard met de rijping van de hersenen en vormt de basis van het bewegen. Des te belangrijker zijn dus die eerste jaren!

Voorbeelden waarbij de kinderfysiotherapeut hulp kan bieden met betrekking tot baby’s:

  • Voorkeurshouding

Een voorkeurshouding wil zeggen dat uw baby een voorkeur heeft voor een bepaalde houding, bijvoorbeeld altijd met hoofd naar rechts gedraaid. Wanneer een baby alsmaar naar één kant kijkt, wordt voornamelijk die kant in bewegen getraind en blijft de andere kant een beetje achter. Hierdoor ontstaan asymmetrische bewegingspatronen, wat nadelig is voor het bewegen op latere leeftijd.

Een voorkeurshouding ontstaat in de buik bij moeder (ligt de laatste maanden altijd op dezelfde manier in de buik), tijdens de bevalling (bijvoorbeeld een zware bevalling waarbij aan het nekje is getrokken), of in de eerste weken/maanden door éénzijdige prikkeling (ouders zijn gewend om het verschonen, fles geven en in/uit bedje stoppen altijd op dezelfde manier te doen). 

De kinderfysiotherapeut screent de bewegingsmogelijkheden van de benen, armen, heupen, romp en nek van uw baby en gaat na waar de voorkeurshouding vandaan komt. De kinderfysiotherapeut kan u gerichte oefeningen geven om de voorkeurshouding te doorbreken.

  • Scheef hoofdje

Als gevolg van een voorkeurshouding kan de schedel van uw baby gaan afplatten. Hierdoor ontstaat een scheef hoofdje (plagiocephalie) of een plat hoofdje (brachycephalie). Dit is enkel een cosmetisch probleem. Om de ernst van de afplatting te meten, maken wij gebruik van een betrouwbare en valide meetmethode, wat ook wel plagiocephalometrie (PCM) genoemd wordt. Dit is een bandje die we om het hoofdje van uw baby kunnen bevestigen, waarmee we precies kunnen zien waar de afplatting zit en hoe ernstig de afplatting is en/of er een scheefstand van de oren is.

Het hoofdje van baby’s groeit de eerste 5 maanden het hardst, dus vooral in die tijd kan kinderfysiotherapie een bijdrage leveren aan het verminderen van de afplatting. Uit onderzoek van Van Vlimmeren (2008) blijkt dat kinderfysiotherapie bij baby’s de kans op een scheef hoofdje vermindert. Deze therapie dient het liefst zo vroeg mogelijk ingezet te worden om een scheef hoofdje te voorkomen. De behandeling bestaat uit positionerings-, hanterings- en oefenadviezen aan ouders.

  • Hyper- en hypotonie

Het kan zijn dat uw baby een te hoge of een te lage spierspanning heeft. Hier kan een medische oorzaak aan ten grondslag liggen, maar dat hoeft niet. Vindt u dat uw baby heel slap aanvoelt, of juist heel erg gespannen? De kinderfysiotherapeut kan beoordelen of uw baby de juiste spierspanning heeft voor zijn/haar leeftijd en of er verschillen te voelen zijn in bijvoorbeeld linker- en rechter lichaamshelft. Een afwijkende spierspanning kan samengaan met een vertraagde en/of afwijkende motorische ontwikkeling. De kinderfysiotherapeut kan u hier meer over vertellen en indien nodig oefeningen geven. 

  • Motorische achterstand

Sommige baby’s willen niet op de buik liggen, hebben moeite met omrollen, kruipen niet en/of gaan laat lopen. Uw baby kan hierdoor gefrustreerd raken of juist heel lui worden. Ook kan het zijn dat uw baby een eigen manier van bewegen ontwikkelt, zoals bijvoorbeeld billenschuiven. Het is goed om dit door een kinderfysiotherapeut te laten beoordelen. In de eerste jaren wordt de basis van bewegen ontwikkeld, waar uw baby de rest van zijn leven profijt van heeft. Hierin is voornamelijk het stukje kwaliteit van bewegen van belang.

De kinderfysiotherapeut observeert de manier van bewegen en beoordeelt of uw baby leeftijdsadequaat beweegt. Samen met ouders gaan we op zoek naar factoren die het beweeggedrag beïnvloeden en proberen we deze te verbeteren door instructies en oefeningen. Door ouders te instrueren welke bewegingen zij kunnen uitlokken bij hun baby, wordt de baby uitgedaagd te komen tot nieuwe beweegpatronen. Door dit vaak te herhalen, beklijft dit uiteindelijk en kan uw baby weer nieuwe ervaringen opdoen in de motoriek en zo verder motorisch leren. Juist in die eerste maanden en jaren is er voor uw baby veel winst te behalen voor de motoriek op latere leeftijd.

  • Prematuren / dysmaturen

Prematuur geboren kinderen hebben een grotere kans op motorische beperkingen dan voldragen kinderen. Uit onderzoek van Laurijsen (2008) blijkt dat hoe eerder de kinderen gaan lopen en hoe minder afwijkend het gedrag is, hoe groter de kans is op een normale motorische ontwikkeling die leeftijdsadequaat is. De grootste verandering van de motorische ontwikkeling vindt plaats gedurende de eerste twee levensjaren.  Meestal worden deze kinderen ook vanuit het ziekenhuis gevolgd en wordt kinderfysiotherapie geadviseerd.

  • Huilbaby, prikkelverwerking, onrust

Vrijwel alle baby’s huilen. Het huilen neemt na de geboorte toe, met een piek rond de 6 weken. Baby’s van 6 weken kunnen wel 2,5 uur per dag huilen. Dat is normaal. Als een baby:

  • meer dan 3 uur per dag;
  • meer dan 3 dagen per week;
  • gedurende minstens 3 weken huilt zonder aanwijsbare reden,

dan wordt dit excessief huilen genoemd, oftewel een huilbaby. Het consultatiebureau gaat na of er een medische oorzaak is voor het excessief huilen (bijvoorbeeld reflux, allergie, etc.). Indien dit het geval is krijgt u een verwijzing naar de kinderarts. Indien dit niet het geval is kunnen zij vragen of de kinderfysiotherapeut mee wil kijken naar de situatie (Bron: Richtlijn excessief huilen bij baby’s van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid). U kunt ook zelf de kinderfysiotherapeut inschakelen als u het huilen als een probleem ervaart. Hiervoor is geen verwijzing nodig. De kinderfysiotherapeut zal met u de situatie in beeld brengen en alle facetten nalopen die van invloed kunnen zijn op het huilen. De kinderfysiotherapeut kan u voorlichting geven en adviseren welke houdingen en hanteringen rustgevend kunnen zijn voor uw baby.